Spoedeisende hulp
Maandagavond zou ik foto’s gaan maken bij het afscheid van onze badminton trainert. Ware het niet dat Binq’s lichaam daar anders over dacht. ’s Middags rond een uur of drie was namelijk ineens zijn liesbreuk terug. Linda belde mij direct om het te vertellen. Hè, dat is balen dacht ik, maar van de andere kant wist ik dat het mogelijk was dat ie terug zou keren. De chirurg had dit na de operatie destijds niet voor niets aangegeven.
“Weet je het zeker?” vroeg ik aan Linda. “Ja hoor, het is overduidelijk” zei ze, “de plaats waar de darm nu zit is alleen wel heel erg hard”. “Wat is hard? Waar lijkt het op? Is het appelhard?” vroeg ik. “Het is meer perzikhard” zei ze, terwijl ik juist hoopte dat ze niet een soortgelijke vrucht zou gaan noemen maar dat ze zou zeggen dat het allemaal nog wel heel soepel was. Ik gaf aan dat het me toch verstandig leek om naar de huisarts te gaan en om 1600 uur mocht ze langskomen. Niet al teveel later kreeg ik een telefoontje van Linda. Twee artsen hadden er naar gekeken en beide waren ervan overtuigd dat de liesbreuk weer terug was. Ze gingen proberen om voor dinsdag een afspraak in te plannen met de chirurg in het ziekenhuis, want ze vonden wel dat er nog een specialist naar moest kijken.
Uiteindelijk werd er een afspraak gemaakt voor dinsdag 8 juni om 1300 uur. Toen ik naar huis reed kreeg ik nog een telefoontje van de assistente van de huisarts. “Er ligt een brief voor jullie klaar, willen jullie die even ophalen voordat jullie naar het ziekenhuis rijden morgen?” waarop ik aangaf dat we dit zouden doen.
Eenmaal thuis vertelde Linda mij dat ie in de wachtkamer bij de huisarts al steeds kleine beetje braakte en dat ie dit thuis ook al een paar keer had gedaan. Het was elke keer niet veel, maar toch. Tijdens het verschonen kwam er echter een vloedgolf vocht uit het kleine mannetje. Op dat moment besloten wij direct het ziekenhuis te bellen en nog geen half uur later, rond 1900 uur, zaten we op de afdeling spoedeisende hulp/ acute opvang.
Nadat Binq eerst de wachtkamer onder had gespuugd, werd hij direct door de zuster gecontroleerd. Nog geen 10 minuten later kwam een arts kijken en een paar minuten later stond de chirurg naast onze Binq. “Het is overduidelijk” zei de chirurg, “we gaan opereren zodra de operatiekamer vrij is”. Slik, dat was schrikken!
Om 1935 uur liep Linda met Binq richting de operatiekamer. Alles moest nog klaargezet worden voor de operatie, dus het duurde even voordat Linda ook naar de kinderafdeling kwam om samen af te wachten. Toen Linda rond 2000 uur boven was vertelde ze mij dat het prikken van het infuus dit keer een stuk eenvoudiger was. Vorige keer waren ze drie kwartier lang aan het prikken geweest voordat het eindelijk raak was, nu was het gelukkig bij de tweede keer raak.
De operatie duurde uiteindelijk ongeveer een uur, want zo rond 2100 uur kregen we van de zuster op de kinderafdeling te horen dat één van ons naar de uitslaapkamer mocht. Daar hebben ze met veel moeite Binq wakker proberen te krijgen. Hij had waarschijnlijk bedacht dat ie gezien het tijdstip beter gelijk door kon slapen tot de volgende ochtend. Rond half tien kregen ze hem toch wakker en 5 minuten later liep ik richting de operatiekamer om ze op te halen.
Om 2200 uur had Binq de eerste volle fles alweer leeg. Het ging hartstikke goed met ons mannetje! Helaas moest ie, en van de andere kant is het ook wel prettig, nog een nachtje in het ziekenhuis blijven. Eigenlijk wil je dolgraag met hem naar huis, maar van de andere kant is een beetje extra controle na zo’n operatie ook wel fijn. Linda bleef bij Binq en ik ging snel naar huis om spullen voor Linda op te halen.
Toen ik terugkwam in het ziekenhuis sliep Binq net. Hij had bedacht dat ie zijn gehele bed moest gaan verkennen, dus Linda had er als een dolle omheen lopen rennen om steeds zijn infuus veilig te stellen. Maar nu sliep hij, dus Linda ging ook snel plat. Het was een heftige avond geweest.
De volgende ochtend bracht ik Coen weer naar oma en ging ik weer snel door naar het ziekenhuis. Ze hadden allebei een goede nachtrust gehad en toen ik aankwam had ie net weer een fles gehad. Het ging allemaal heel goed en de chirurg had ’s ochtends bij de controle al aangegeven dat we aan ’t einde van de ochtend waarschijnlijk wel naar huis mochten. Echter moest de arts-assistent nog wel een controle doen voordat de ontslagpapieren in orde gemaakt zouden worden. En daar waren we op zich wel blij mee, want we hadden allebei het idee dat zijn lies nog steeds aan de dikke kant was.
Deze arts-assistent liet lang op zich wachten maar uiteindelijk kwam ie ons vertellen dat deze verdikking normaal was en dat het na verloop van tijd vanzelf zou verdwijnen. Binq mocht weer naar huis!
’s Avonds had hij nog wat verhoging maar woensdag (papadag) was daar gelukkig helemaal niks meer van te merken. En nu maar hopen dat de liesbreuk niet nog een keer terugkomt.
