Maandagavond zou ik foto’s gaan maken bij het afscheid van onze badminton trainert. Ware het niet dat Binq’s lichaam daar anders over dacht. ’s Middags rond een uur of drie was namelijk ineens zijn liesbreuk terug. Linda belde mij direct om het te vertellen. Hè, dat is balen dacht ik, maar van de andere kant wist ik dat het mogelijk was dat ie terug zou keren. De chirurg had dit na de operatie destijds niet voor niets aangegeven.
“Weet je het zeker?” vroeg ik aan Linda. “Ja hoor, het is overduidelijk” zei ze, “de plaats waar de darm nu zit is alleen wel heel erg hard”. “Wat is hard? Waar lijkt het op? Is het appelhard?” vroeg ik. “Het is meer perzikhard” zei ze, terwijl ik juist hoopte dat ze niet een soortgelijke vrucht zou gaan noemen maar dat ze zou zeggen dat het allemaal nog wel heel soepel was. Ik gaf aan dat het me toch verstandig leek om naar de huisarts te gaan en om 1600 uur mocht ze langskomen. Niet al teveel later kreeg ik een telefoontje van Linda. Twee artsen hadden er naar gekeken en beide waren ervan overtuigd dat de liesbreuk weer terug was. Ze gingen proberen om voor dinsdag een afspraak in te plannen met de chirurg in het ziekenhuis, want ze vonden wel dat er nog een specialist naar moest kijken.